Het nieuwe leren van de keizer




Het geschreven woord.

De voorzitter van de raad van bestuur stond voor het manshoge raam van zijn kantoor. Hij zag zeven verdiepingen lager de leerlingen en medewerkers als kleine nietige mieren, onrustig in en uit het schoolgebouw lopen. Als een God in het diepst van zijn gedachten stond hij, uiterlijk kalm, met de handen op de rug, in het rode-roze licht van de opkomende zon. Alleen een zenuwachtig gewrijf van duim en wijsvinger van zijn rechterhand verraadde opgewondenheid.

Hij schrok niet op van een korte klop op de deur, zijn compaan, de vice voorzitter van de raad van bestuur, stak zijn hoofd naar binnen, “is hij er al?” De voorzitter schudde zijn hoofd. De vice voorzitter trad binnen en nam plaats aan de grote glazen vergadertafel.
“Wanneer heeft onze collega van de hogeschool jou eigenlijk gemaild, voorzitter?” Ze hadden bij hun aantreden onderling afgesproken dat ze ten allen tijde elkaar bij de titel zouden aanspreken zodat nooit verwarring kon ontstaan over het simpele feit dat in het ene gezelschap aanspreken met de naam not-done was en in het andere gezelschap aanspreken met de voornaam, voornamer was.
“Gisteren, hij had het gehoord van een oud-collega burgemeester en die had het weer van iemand van het ministerie.”
“Weten we al wat het is?”
“Nee, als het goed is kan het niet lang meer duren, ik heb onze beleidsadviseur communicatie naar het ministerie gestuurd, hij heeft daar ook nog wat vrindjes, om uit te zoeken welke laaghartige aanval op ons beleid we mogen verwachten.”
“Het is een schande, al vijf jaar geven we ons helemaal om het onderwijs hier in de streek zo in te richten zodat ons regionaal opleidingscentrum bij het bedrijfsleven bekend staat als een betrouwbare partner die alles kan leveren, van goedkope ongeschoolde voortijdige schoolverlater met een tweede kans tot competente arbeider, en dan nog zijn er van die clubjes die het weer niet goed vinden.”

Een klein rood-geel gekleurd Smartje draaide het parkeerterrein op, “daar zal je hem hebben, vicevoorzitter, nog even en we weten het”. Samen namen ze plaats aan de tafel, gezicht naar de deur, handen op de tafel wachten ze geduldig af. Ze hoorden de lift op de gang, de liftbel, de deuren die openschoven, dan een tijdje niets, door het hoogpolig tapijt op de gang, een klop op de deur. “Ja!”
De adviseur kwam binnen en bleef aan de andere kant van de tafel staan.
“En…?”
“Een boek.”
“Een wat?”
“Een boek!” en hij maakte met zijn handen het alom gekende ‘boek’-gebaartje
“Hahahaha, een boek, zie je wel dat het ouwe conservatieve nietsnutten zijn, die gastjes leven nog in het stenen tijdperk, een boek verdorie, in de tijd dat de informatie met de snelheid van het licht over de wereld gaat komen ze met een boek. Hahahahah de malloten.”
De voorzitter was werkelijk in zijn nopjes. De vicevoorzitter daarentegen keek bedenkelijk.
“Voorzitter, toch moet ik je waarschuwen, denk eens aan al die bibliotheken, boekwinkels, internetshops, ja zelfs marktplaats.nl. De gewone burger kan daar zo maar dat boek kopen, ongecensureerd, zomaar, zonder onze toestemming.”
“O nee, dat gebeurt niet.”
“Maar voorzitter, dit is niet meer te stoppen, laten we onze beleidsadviseur hier de opdracht geven om alvast een persreactie te verzinnen.”
“Helemaal niet nodig.” De voorzitter wuifde even met zijn hand in de richting van de beleidsadviseur, die de stille wenk onmiddellijk begreep en het kantoor verliet.
“Beste vice voorzitter, herinner jij je “de puinhopen” van die kale nicht, en dat zogenaamde “emancipatieboekje” van die zwarte Somalische tuttebol?”
De voorzitter knikte, natuurlijk, wie zou die pogingen tot rechtse insubordinatie niet kennen.
“Wel, ik kan je vertellen dat dank zij de inspanningen van mijn ‘vrindjes’ heel wat bibliotheken de boeken niet in de schappen heeft gezet. Dat heel wat boekhandels die verderfelijke lectuur niet eens hebben willen verkopen. Jaja een heel geslaagde campagne. Trouwens wat dacht je van het boekje van dat stuk blond gespoten Mozart-duplicaat. Daar hoor of zie je toch ook niets van?”
De vicevoorzitter zijn mond viel open van verbazing.
“Och, het stelt niet veel voor, de juiste mannetjes op de juiste plaats op de juiste tijd en het volk leest wat wij bestuurderen willen dat ze lezen. Vroeger had de kerk zijn codex en wij, wij bestuurderen hebben nu zo een beetje onze eigen ideetjes over wat de gewone man mag lezen. Maar nu moet je mij even excuseren, ik heb nog wat e-mailtjes te verstouwen.”
De voorzitter liep naar zijn computer en glimlachte, onderaan het scherm flikkerde zenuwachtig PGP, Pretty Good Privacy, “Gecodeerd mailen, heerlijk”, dacht hij, “en deze code is zo goed, die kunnen zelfs de Engelsen niet kraken.”

U lezer, mag dus van geluk spreken dat u dit boek in handen hebt. Laat het geschreven woord zijn werk doen.